Taken in de Kerk

10 mei 2017 - Bisschop Antoon Hurkmans, rector Friezenkerk

In de laatste tijd krijg ik nogal eens de vraag hoe ik wil worden aangesproken. Daarachter zit vaak de gedachte: 'bisschop was je, nu ben je toch rector'. Wanneer men merkt dat ik me bisschop blijf noemen denkt men gemakkelijk: ‘Hij blijft wel erg aan zijn waardigheid hechten.' Daarom is het misschien goed dit wat nader toe te lichten. In de kerk zijn veel taken voor gewijde bedienaren. Pastoor, kapelaan, deken, rector, vicaris, adviseur, kardinaal en er zijn er nog meer te bedenken. Taken krijg je en die zijn op een gegeven moment voorbij. De gewijde bedienaren kunnen in drie verschillende staten gewijd worden. Men kan diaken gewijd worden. Dit is een levensstaat die altijd blijft welke taak je ook uitoefent. Bij die levensstaat horen verplichtingen die altijd blijven. Je blijft je ook diaken noemen, dat ben je. Het is je zijn. Men kan priester gewijd worden. Dit is een levensstaat die altijd blijft welke taken je ook uitoefent. De priester is priester. Heel zijn bestaan is daardoor getekend. Ook als er geen taken meer zijn blijft de priester, priester. Men kan bisschop gewijd worden en verschillende taken krijgen. De bisschopswijding geeft door de wijding eigen taken en verplichtingen die altijd blijven. Eenmaal bisschop gewijd blijft men bisschop met de verplichtingen die daarbij horen.
Het wijdingssacrament heeft drie graden, de diaken-, priester- en bisschopswijding. Een priester is voor zijn priesterwijding diaken gewijd, de bisschop is voor zijn bisschopswijding diaken- en priester gewijd. Het gaat bij het diaken, priester en bisschop zijn niet om taken maar om een vorm van met huid en haar gebonden zijn aan de Christus en aan Zijn Kerk. Dit om aan te geven dat het niets te maken heeft met eer of trots. Iedere wijding vraagt dienstbaarheid. Dat is het hoofdwoord.
En hoe hoger de wijding des te meer dienstbaarheid geboden is..