Een verborgen pleintje

42Wie tijdens de doordeweekse opening van de kerk of op zondagmorgen de trap opklimt, ziet de wapperende Nederlandse vlag en vindt het gietijzeren hek geopend, dat toegang geeft tot een kleine binnenplaats. In de middeleeuwen was deze trap nog een steil pad, dat steiler was dan de huidige trap: het straatniveau onder aan de helling is in de loop der eeuwen 1,80 m hoger komen te liggen. Het pad heette Vicus dei Frisoni, het Friezenstraatje. In de 17de eeuw werd het pad vervangen door een trap met 37 treden, de ‘salita dei Santi Michele e Magno’.
Op het plein is het stil en rustig, zeker na de drukte van het Sint-Pietersplein. In de winter is er niet veel te beleven, maar de rest van het jaar kan het er gezellig zijn, b.v.  wanneer op zondagmorgen na de Nederlandstalige Eucharistie¬viering, het pleintje gebruikt wordt om even na te praten en om samen koffie te drinken. Een enkele keer gebeurt dit. Meestal echter komen de kerkgangers en gasten bijeen in de Titus Brandsmazaal boven.
Het bezoek aan de Kerk van de Friezen begint op dit pleintje. De voorkant van de kerk is nu heel strak en eenvoudig, de eeuwenoude geschiedenis is er niet op het eerste gezicht van af te lezen.